Acht jaar onderzoek: zo werd het aangepakt
De studie, getiteld “Association Between Consumption of Low- and No-Calorie Artificial Sweeteners and Cognitive Decline : An 8-Year Prospective Study”, werd geleid door Claudia Kimie Suemoto, MD, PhD, van de Universiteit van São Paulo in Brazilië. Er werden 12.772 volwassenen uit heel Brazilië gevolgd over ongeveer acht jaar. Het doel was te onderzoeken of het innemen van meerdere veelgebruikte kunstmatige zoetstoffen samenhing met een hoger risico op cognitieve achteruitgang.
Deelnemers vulden uitgebreide dieetvragenlijsten in om hun eten en drinken van het voorgaande jaar te rapporteren. Op drie momenten tijdens het onderzoek ondergingen ze cognitieve tests (testen voor geheugen en denkvaardigheden) om te meten of zoetstoffen hun cognitieve functies beïnvloedden.
Welke zoetstoffen speelden mee?
De studie keek specifiek naar zeven veelgebruikte zoetstoffen: aspartaam, saccharine, acesulfaam-K, erytritol, xylitol, sorbitol en tagatose. Van die zeven leek alleen tagatose niet gekoppeld te zijn aan cognitieve achteruitgang. De andere zoetstoffen, waaronder aspartaam en saccharine, werden in verband gebracht met een snellere achteruitgang in geheugen- en denkfuncties.
De resultaten lieten zien dat deelnemers in de hoogste innamegroep van zoetstoffen een 62% snellere achteruitgang in cognitieve functies hadden vergeleken met de laagste innamegroep. Dat verschil komt ongeveer overeen met 1,6 jaar veroudering. De middelste innamegroep ervoer een 35% snellere achteruitgang, wat neerkomt op ongeveer 1,3 jaar veroudering.
Verschillen naar leeftijd en gezondheid
Er waren opvallende verschillen per leeftijd en gezondheidstoestand. Bij deelnemers jonger dan 60 jaar leidde hoge consumptie tot een steilere daling in verbaal vloeiendheid en algemene cognitieve prestaties. Voor deelnemers ouder dan 60 jaar werd geen significante associatie gevonden. Daarnaast was de relatie tussen zoetstofinname en cognitieve achteruitgang sterker bij mensen met diabetes vergeleken met degenen zonder diabetes.
Beperkingen en wat er nog ontbreekt
Hoewel de studie duidelijke associaties liet zien, benadrukken de onderzoekers dat dit niet meteen betekent dat kunstmatige zoetstoffen rechtstreeks schade aan de hersenen veroorzaken. Het blijft een verband dat, ook na correctie voor factoren als leeftijd en gezondheidstoestand, consistent bleef.
Claudia Kimie Suemoto zei: “Suikersubstituten met weinig of geen calorieën worden vaak gezien als een gezond alternatief voor suiker; onze bevindingen suggereren echter dat bepaalde zoetstoffen na verloop van tijd negatieve effecten op de gezondheid van de hersenen kunnen hebben.” Er worden aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek om deze bevindingen te bevestigen en te onderzoeken of andere alternatieven, zoals natuurlijke suikers, mogelijk beter zijn.
Andere beperkingen van het onderzoek zijn onder meer het vertrouwen op zelfgerapporteerde voedingsinformatie (dat onnauwkeurigheden kan veroorzaken) en het feit dat de analyse niet elke soort kunstmatige zoetstof heeft meegenomen.
Dit onderzoek maakt duidelijk dat er nog veel te ontdekken valt over de lange termijn gevolgen van kunstmatige zoetstoffen voor de gezondheid van de hersenen. Consumenten wordt aangeraden hun gebruik van deze zoetstoffen kritisch te bekijken, zeker als onderdeel van hun bredere gezondheidsstrategie.