Hoe de proef begon en wat het opleverde
Het project startte in 2015 en betrof in eerste instantie 2.500 werknemers, ongeveer 1% van de IJslandse werkende bevolking. De proef bestond eruit de gebruikelijke 40-urige werkweek terug te brengen naar 35 of 36 uur per week, zonder loonverlaging. Anders dan in België — waar de nadruk ligt op het comprimeren van uren over minder werkdagen — probeerde het IJslandse model vooral onnodige inefficiënties weg te halen, zoals overbodige vergaderingen, en bedrijfsprocessen te verbeteren.
Er namen mensen uit allerlei sectoren deel: kleuter- en voorschoolleerkrachten, kantoormedewerkers, ziekenhuispersoneel en maatschappelijke dienstverleners. Dat leidde tot behoorlijke aanpassingen in arbeidsvoorwaarden, waarbij vakbonden een grote rol speelden. Tegenwoordig heeft 86% van de IJslandse beroepsbevolking óf kortere uren óf het recht daarop.
Wat het op de werkvloer opleverde
Onderzoekers van Autonomy en de Iceland’s Association for Sustainable Democracy (ALDA) stelden dat “de productiviteit hetzelfde bleef of verbeterde in de meerderheid van de werkplekken.” Dat resultaat werd gezien als een overweldigend succes en viel vooral op in de publieke sector, die voorop liep in de proef. Door inefficiënties aan te pakken verbeterde niet alleen de output, maar steeg ook de motivatie en concentratie van werknemers.
Werknemers meldden minder stress, een lager risico op burn-out en meer tijd voor privéleven en gezin. Bedrijven zagen ook goede resultaten: veel bedrijven verloren geen inkomsten en sommigen boekten juist vooruitgang dankzij een meer gemotiveerd en veerkrachtig personeel.
Internationale invloed en economische gevolgen
De IJslandse proef diende als inspiratie voor andere landen, waaronder Spanje, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (VK) en Nieuw-Zeeland. Spanje is bijvoorbeeld een proef met 6.000 werknemers gestart die drie jaar duurt. Duitsland en het VK lopen met soortgelijke testen. Unilever in Nieuw-Zeeland bood werknemers al een vermindering van 20% van de werkuren aan, zonder dat het salaris werd verlaagd.
Op macro-economisch niveau bleef de IJslandse economie gezond. Het werkloosheidspercentage was in 20233,4%, terwijl het BBP groeide met 5%. Die cijfers laten zien dat de verkorte werkweek de economie niet schaadde en mogelijk zelfs de productiviteit verbeterde.
De proef in IJsland veranderde hoe veel mensen tegen werk en productiviteit aankijken. Ze zette een toon op het vlak van werkplezier en efficiëntie en opende de deur voor een wereldwijde discussie over kortere werkweken. Zulke ontwikkelingen kunnen helpen werkculturen wereldwijd te veranderen richting een betere werk-privébalans en meer duurzame bedrijfsvoering. Nu de uitkomsten zich verder verspreiden, worden landen en bedrijven aangemoedigd om zelf te experimenteren en aanpassingen te doen op basis van hun lokale situatie. Dat kan uiteindelijk leiden tot een herdefiniëring van de werkweek zoals we die nu kennen.