Het mysterie van de piramides van Egypte: een nieuwe hypothese onthuld
De eeuwenoude piramides van Egypte blijven fascineren. Historici, archeologen en toeristen vragen zich al eeuwen af hoe die enorme bouwwerken zo precies zijn opgetrokken. De Trappiramide van Djoser in Saqqara (Egypte), gebouwd ongeveer 4 650 jaar geleden, staat centraal in nieuw onderzoek. Een Frans team onder leiding van Xavier Landreau van het Paléotechnisch Instituut binnen het Commissariaat voor Atoomenergie en Alternatieve Energieën (CEA) publiceerde de studie in PLOS ONE en presenteert daarin een frisse kijk op hoe de oude Egyptenaren zulke kolossale werken konden voltooien.
Een nieuwe kijk op hoe ze het deden
De kern van het onderzoek is dat de oude bouwers mogelijk een hydraulisch systeem hadden ontwikkeld om zware stenen blokken efficiënt te verplaatsen en te hijsen bij de bouw van de Trappiramide van Djoser. Dat systeem zou slim gebruikgemaakt hebben van water en sedimenten zodat blokken van meerdere tonnen verplaatst konden worden. De werking wordt in het artikel vergeleken met een vulkaan: interne hydraulische mechanismen zouden de stenen naar hogere lagen hebben gebracht.
Belangrijke structuren zoals Gisr el-Mudir (een soort stuw- of retentiedam voor sedimenten) speelden daarbij een belangrijke rol. De droge gracht in het zuidelijke deel fungeerde als een onderdeel van het zuiverings- en retentiesysteem dat zorgde voor sedimentvrij water. Dat water werd vervolgens gebruikt om de blokken vanuit het centrum van de piramide naar hogere niveaus te tillen, waardoor men minder van menselijke spierkracht afhankelijk was.
Technische voordelen en uitdagingen
Volgens de onderzoekers zou zo’n hydraulisch systeem de behoefte aan traditionele mankracht en het grootschalige gebruik van hellingen flink verminderen. Hun berekeningen laten zien dat verplaatsen van die enorme stenen met conventionele hellingen minimaal 4 000 arbeiders vereiste die continu werkten. Met het hydraulische systeem zou dat aantal sterk naar beneden kunnen, wat de bouw aanzienlijk efficiënter maakte.
Voor de Vierde Dynastie hadden de Egyptenaren eerder te maken met een overvloed aan water dan met tekorten. De jaarlijkse overstromingen van de Nijl overspoelden bouwplaatsen en maakten het lastig om materialen zoals hout te vervoeren. De ingenieurs leken dat fenomeen echter te hebben omgezet in een voordeel en zagen het water als een bouwresource in plaats van iets waartegen ze voortdurend moesten vechten.
Wat dit betekent en waar het toe kan leiden
De bevindingen openen nieuwe perspectieven op hoe monumenten gebouwd konden worden die voorheen de grenzen van oude techniek leken te overschrijden. Ze suggereren dat de oude Egyptenaren behoorlijk vergevorderde kennis van hydraulica hadden, mogelijk ook toegepast bij de aanleg van kanalen en het vervoer van stenen per barge.
Deze slimme oplossingen, zoals het strategisch inzetten van water, laten niet alleen zien hoe vindingrijk de Egyptische architecten waren, maar vormen ook een vroeg voorbeeld van bouw waar natuurlijke hulpbronnen efficiënt werden ingebouwd. Dat, samen met het feit dat de grootte van de gebruikte steenblokken binnen één generatie verdubbelde, levert interessante aanwijzingen voor verder onderzoek.